Een alfabet is een set letters die de fonemische structuur van een taal representeren. De term "alfabet" kan verwijzen naar deze groepering van letters en elk schrift dat gebruikt wordt om het te schrijven; de wortels liggen bij de alfa- en bètaletters van het Griekse alfabet, die de basis vormen.
De Feniciërs creëerden voor het eerst een alfabet rond 1000 v.Chr.; het bestond uit 22 symbolen die medeklinkers voorstelden, uitgehouwen in stenen of kleitabletten. Later overgenomen door de Grieken, die klinkers toevoegden; de Romeinen namen later het Griekse alfabet over en wijzigden het met kleine letters als hun schrift.
Het Engelse alfabet bevat 26 letters met twee groepen: medeklinkers en klinkers. Medeklinkers zijn B, C, D, F, G, H, J, K, L, M, N, P, Q, R, S, T, V, W, X, Y en Z, terwijl klinkers bestaan uit A, E, IOU en soms Y.
De volgorde van de letters van het Engelse alfabet lijkt op het eerste gezicht willekeurig; er is echter een systematische reden voor de rangschikking. Klinkers die klinkergeluiden (AE), O en U vertegenwoordigen, zijn A, E, I, OU, UU (soms Y); medeklinkergeluiden die beginnen met B, C, D, F, G, H, J, K, L, M, N, P, Q, R, S, T, V, W, X, Y en Z, volgen een rangschikking om de meest voorkomende geluiden als eerste in de reeks weer te geven. De volgorde van deze letters zorgt ervoor dat de meest voorkomende geluiden als eerste komen.
In de context van boeken en uitgeverijen verwijst de term ‘alfabet’ naar de breedte of lengte van een boekHet is een specifieke maat die de grootte van een opengevouwen pagina aangeeft. Deze maat wordt vaak uitgedrukt in inches of centimeters. Het alfabet bepaalt ook de lay-out en het ontwerp van een boek, inclusief de plaatsing van tekst, afbeeldingen en andere elementen op de pagina. De lettergrootte is essentieel bij de productie van boeken en zorgt voor consistentie in het druk- en bindproces.

